Botopbouw en sinuslift

Te weinig kaakbot voor een implantaat? Lees wanneer botopbouw of een sinuslift nodig is, hoe de behandeling verloopt en wat u kunt verwachten.

Wanneer is botopbouw of een sinuslift nodig?

Botopbouw kan nodig zijn wanneer er onvoldoende kaakbot aanwezig is om een implantaat stevig en op de juiste positie te plaatsen. Bij een botopbouw wordt het kaakbot verbreed of verhoogd met eigen bot en/of een botvervangend materiaal.

Bij de kiezen in de bovenkaak kan een sinuslift nodig zijn wanneer er te weinig bot aanwezig is tussen de kaak en de kaakbijholte. Afhankelijk van de hoeveelheid beschikbaar bot kan de botopbouw of sinuslift vóór of tijdens de implantaatplaatsing worden uitgevoerd.

Botopbouw voor een implantaat

Na het verlies van een tand of kies kan het kaakbot geleidelijk slinken. Dit gebeurt doordat het bot op die plaats niet meer op dezelfde manier wordt belast. Daardoor kan de kaak na verloop van tijd te smal of te laag worden om een implantaat veilig en stabiel te plaatsen.

Of een botopbouw nodig is, hangt af van de hoeveelheid en vorm van het aanwezige kaakbot, de plaats waar het implantaat moet komen en de behandeling die wordt gepland. Tijdens het eerste onderzoek beoordeelt de implantoloog daarom zorgvuldig hoeveel bot beschikbaar is.

Waarom is voldoende kaakbot nodig voor een implantaat?

Een implantaat wordt in het kaakbot geplaatst en moet daar voldoende houvast krijgen. Daarvoor moet op de gewenste positie voldoende bot aanwezig zijn in zowel de breedte als de hoogte.

Wanneer een tand of kies langere tijd ontbreekt, kan het kaakbot op die plaats slinken. Ook andere factoren kunnen invloed hebben op de hoeveelheid beschikbaar bot, zoals ontstekingen rondom een tand of kies, tandvleesproblemen, eerdere behandelingen of de natuurlijke vorm van de kaak.

Hoe wordt de hoeveelheid kaakbot beoordeeld?

Tijdens het eerste consult voor een implantaatbehandeling onderzoekt de implantoloog uw gebit, het tandvlees en de kaak. Met röntgenfoto's wordt beoordeeld hoeveel bot aanwezig is en waar belangrijke anatomische structuren liggen.

Wanneer meer informatie nodig is over de breedte en hoogte van het kaakbot, kan aanvullende driedimensionale beeldvorming worden gebruikt. Hiermee kan de positie van het implantaat nauwkeurig worden gepland.

Wat als er onvoldoende bot aanwezig is?

Wanneer het kaakbot te smal of te laag is, betekent dit niet automatisch dat een implantaat niet mogelijk is. In veel situaties kan het ontbrekende bot worden aangevuld met een botopbouw.

Bij de kiezen in de bovenkaak speelt daarnaast de positie van de kaakbijholte een belangrijke rol. Wanneer er onder deze bijholte onvoldoende bothoogte aanwezig is, kan een sinuslift nodig zijn om voldoende ruimte voor een implantaat te creëren.

Is botopbouw altijd nodig voordat een implantaat wordt geplaatst?

Nee. Of botopbouw nodig is en wanneer deze wordt uitgevoerd, verschilt per situatie. Bij een beperkte hoeveelheid ontbrekend bot kan de botopbouw soms tegelijkertijd met het plaatsen van het implantaat worden uitgevoerd.

Wanneer meer bot moet worden opgebouwd, kan het verstandiger zijn om eerst de botopbouw uit te voeren en het nieuwe bot te laten genezen. Het implantaat wordt dan in een latere behandeling geplaatst. De implantoloog bespreekt vooraf welke aanpak in uw situatie het meest geschikt is.

Wat is botopbouw van de kaak?

Bij een botopbouw wordt de kaak plaatselijk verbreed of verhoogd zodat er voldoende kaakbot ontstaat om een implantaat op de gewenste positie te kunnen plaatsen. Hiervoor kan lichaamseigen bot, een botvervangend materiaal of een combinatie daarvan worden gebruikt.

Het aangebrachte materiaal vormt de basis voor de vorming van nieuw bot. Afhankelijk van de situatie kan het gebied daarnaast worden afgedekt met een membraan. Tijdens de genezing groeit het eigen bot in en rondom het aangebrachte materiaal.

Wat gebeurt er bij een botopbouw?

De implantoloog vult het kaakbot aan op een plaats waar onvoldoende breedte of hoogte aanwezig is. Een beperkte botopbouw kan soms tijdens het plaatsen van het implantaat worden uitgevoerd.

Bij een uitgebreidere botopbouw kan het nodig zijn om eerst het kaakbot op te bouwen en dit te laten genezen. Het implantaat wordt dan tijdens een latere behandeling geplaatst.

Botopbouw is niet altijd hetzelfde

Hoe een botopbouw wordt uitgevoerd, hangt af van de hoeveelheid ontbrekend bot en de plaats in de mond. Soms hoeft slechts een klein gebied rondom een implantaat te worden aangevuld. In andere situaties moet een groter deel van de kaak worden verbreed of verhoogd voordat een implantaat kan worden geplaatst.

Ook het materiaal en de techniek kunnen verschillen. Op de pagina botopbouw met eigen bot of kunstbot leest u meer over de verschillende materialen die hiervoor kunnen worden gebruikt.

Wanneer is botopbouw nodig?

Een botopbouw kan nodig zijn wanneer op de gewenste positie van het implantaat onvoldoende kaakbot aanwezig is. De implantoloog beoordeelt daarbij niet alleen hoeveel bot er is, maar ook de vorm en kwaliteit van het kaakbot en de positie waarop de uiteindelijke tandvervanging moet komen.

Kaakbot kan na tandverlies slinken

Na het verlies of verwijderen van een tand of kies wordt het kaakbot op die plaats niet meer op dezelfde manier belast. Het bot kan daardoor in de loop van de tijd smaller en lager worden.

Hoeveel bot verloren gaat, verschilt per persoon en per plaats in de mond. Ook de oorzaak van het tandverlies, eerdere ontstekingen en de oorspronkelijke vorm van de kaak kunnen hierbij een rol spelen.

Wanneer is er te weinig bot voor een implantaat?

Er is niet één vaste hoeveelheid kaakbot waarbij altijd wel of geen implantaat kan worden geplaatst. De benodigde hoeveelheid bot hangt onder andere af van de positie, afmetingen en richting van het geplande implantaat en van de anatomische structuren in de omgeving.

Wanneer een implantaat zonder aanvullende behandeling onvoldoende door bot zou worden omgeven of niet op de gewenste positie kan worden geplaatst, kan een botopbouw worden overwogen.

Een botopbouw kan bijvoorbeeld nodig zijn:

  • wanneer het kaakbot na het verlies van een tand of kies is geslonken;
  • wanneer het kaakbot te smal is om het implantaat voldoende met bot te omgeven;
  • wanneer onvoldoende bothoogte aanwezig is;
  • na botverlies door een ontsteking rondom een tand of kies;
  • wanneer een implantaat anders niet op de gewenste positie kan worden geplaatst;
  • wanneer in de bovenkaak onvoldoende bot aanwezig is onder de kaakbijholte.

Botopbouw van de bovenkaak

In de bovenkaak kan zowel onvoldoende botbreedte als onvoldoende bothoogte aanwezig zijn. Vooral na het verlies van tanden en kiezen kan de kaakwal smaller worden, waardoor een implantaat niet overal voldoende door bot zou worden omgeven.

Bij een tekort aan botbreedte kan de kaak plaatselijk worden verbreed met een botopbouw. Afhankelijk van de omvang kan dit tegelijkertijd met de implantaatplaatsing of tijdens een afzonderlijke behandeling worden uitgevoerd.

Botopbouw bij de kiezen in de bovenkaak

Bij de kiezen in de bovenkaak speelt daarnaast de kaakbijholte, ook wel sinus maxillaris genoemd, een belangrijke rol. Deze luchthoudende ruimte bevindt zich boven de wortels van de bovenste kiezen.

Na het verlies van een kies kan er te weinig bothoogte overblijven tussen de mond en de bodem van de kaakbijholte om een implantaat te plaatsen. In dat geval kan een sinuslift worden uitgevoerd. Hierbij wordt ruimte gecreëerd om extra bot onder de bodem van de kaakbijholte op te bouwen.

Botopbouw in het front van de bovenkaak

Ook aan de voorkant van de bovenkaak kan na het verlies van een tand bot verdwijnen. Bij het vervangen van een voortand is niet alleen voldoende bot voor het implantaat belangrijk, maar ook de vorm van het tandvlees en de positie van de uiteindelijke kroon.

Wanneer de kaak op deze plaats te smal is, kan een botopbouw nodig zijn om het implantaat op een gunstige positie te plaatsen en voldoende met bot te omgeven.

Botopbouw van de onderkaak

Ook in de onderkaak kan het kaakbot na tandverlies smaller en lager worden. Of een botopbouw nodig is, hangt af van de plaats waar het implantaat moet komen en de hoeveelheid bot die nog aanwezig is.

De zenuw in de onderkaak

In het achterste gedeelte van de onderkaak loopt een zenuw door het kaakbot. Bij de planning van implantaten moet voldoende afstand tot deze zenuw worden gehouden. Wanneer weinig bothoogte boven de zenuw aanwezig is, kan dit invloed hebben op de mogelijkheden voor implantaatplaatsing.

De implantoloog beoordeelt daarom vooraf met röntgenonderzoek en, wanneer nodig, driedimensionale beeldvorming hoeveel bot beschikbaar is en welke behandeling verantwoord kan worden uitgevoerd.

Welke botopbouw is nodig?

Niet iedere vorm van botverlies vraagt om dezelfde behandeling. Bij een beperkt tekort kan soms tijdens de implantaatplaatsing bot worden aangevuld. Bij uitgebreider botverlies kan eerst een afzonderlijke botopbouw nodig zijn.

Welke techniek het meest geschikt is, wordt bepaald op basis van het onderzoek en het geplande eindresultaat. De implantoloog bespreekt vooraf of de botopbouw tegelijkertijd met het implantaat kan plaatsvinden of dat de behandeling beter in verschillende stappen kan worden uitgevoerd.

Welke materialen worden gebruikt voor botopbouw?

Voor een botopbouw kan lichaamseigen bot, een botvervangend materiaal of een combinatie daarvan worden gebruikt. Welk materiaal het meest geschikt is, hangt onder andere af van de plaats en omvang van het bottekort en de gekozen behandeltechniek.

Het doel is steeds hetzelfde: voldoende nieuw en stabiel kaakbot creëren om het implantaat goed te kunnen plaatsen en ondersteunen.

Eigen bot of een botvervangend materiaal?

Bij een beperkte botopbouw kan vaak gebruik worden gemaakt van een botvervangend materiaal, eventueel in combinatie met lichaamseigen bot. Bij een grotere botopbouw kan meer lichaamseigen bot nodig zijn.

Welke methode bij u wordt toegepast, bepaalt de implantoloog na onderzoek van de kaak. Lees meer over de verschillen op de pagina botopbouw met eigen bot of kunstbot.

Wat wordt bedoeld met kunstbot?

In de praktijk wordt vaak gesproken over kunstbot wanneer een botvervangend materiaal wordt gebruikt. Er bestaan verschillende soorten botsubstituten. Deze materialen worden op of in het gebied met onvoldoende kaakbot aangebracht en ondersteunen de vorming van nieuw bot.

Het botvervangende materiaal wordt niet altijd volledig vervangen door lichaamseigen bot. Afhankelijk van het gebruikte materiaal kunnen de korrels geheel of gedeeltelijk aanwezig blijven terwijl nieuw eigen bot rondom en tussen het materiaal ontstaat.

Wanneer wordt lichaamseigen bot gebruikt?

Lichaamseigen bot kan uit een andere plaats in de mond worden verkregen en vervolgens worden gebruikt om het gebied met onvoldoende bot aan te vullen. Bij een uitgebreidere botopbouw kan soms een groter stukje of blokje bot nodig zijn.

Welke techniek nodig is, verschilt sterk per situatie. Een beperkte verbreding van de kaak vraagt om een andere aanpak dan een uitgebreid bottekort waarbij eerst een groot deel van de kaak moet worden opgebouwd.

Waarom wordt soms een membraan gebruikt?

Bij een botopbouw kan het aangebrachte bot of botvervangende materiaal worden afgedekt met een membraan. Dit helpt om het gebied tijdens de eerste fase van de genezing af te schermen en ruimte te behouden voor de vorming van nieuw bot.

Of een membraan nodig is en welk type wordt gebruikt, hangt af van de gekozen techniek en de hoeveelheid bot die moet worden opgebouwd.

Kan botopbouw tegelijk met een implantaat?

Ja, in sommige situaties kan de botopbouw tegelijkertijd met het plaatsen van het implantaat worden uitgevoerd. Dit is vooral mogelijk wanneer er nog voldoende eigen kaakbot aanwezig is om het implantaat tijdens de behandeling stabiel te kunnen plaatsen.

Wanneer het bottekort groter is en het implantaat niet voldoende stabiel kan worden geplaatst, wordt de botopbouw meestal eerst uitgevoerd. Het opgebouwde bot krijgt dan tijd om te genezen voordat tijdens een volgende behandeling het implantaat wordt geplaatst.

Botopbouw in één of twee behandelingen

Botopbouw en implantaat tegelijkertijd: wanneer voldoende bestaand kaakbot aanwezig is om het implantaat stabiel te plaatsen, kan het ontbrekende bot rondom het implantaat tijdens dezelfde behandeling worden aangevuld.

Eerst botopbouw, later het implantaat: wanneer het bottekort groter is, kan eerst voldoende nieuw kaakbot worden opgebouwd. Na de genezingsperiode wordt beoordeeld of het implantaat kan worden geplaatst.

Waarvan hangt deze keuze af?

De implantoloog kijkt onder andere naar de hoeveelheid en kwaliteit van het aanwezige bot, de plaats waar het implantaat moet komen, de omvang van de benodigde botopbouw en de stabiliteit die tijdens de implantaatplaatsing kan worden bereikt.

Daarom kan vooraf niet voor iedere patiënt worden gezegd of de behandeling in één keer kan worden uitgevoerd. Tijdens het onderzoek en de behandelplanning wordt bepaald welke aanpak in uw situatie het meest voorspelbaar en verantwoord is.

Hoe lang moet een botopbouw genezen?

Wanneer de botopbouw in een afzonderlijke behandeling wordt uitgevoerd, heeft het opgebouwde gebied tijd nodig om te genezen voordat het implantaat kan worden geplaatst. Hoe lang deze periode duurt, hangt af van de omvang en techniek van de botopbouw en de individuele genezing.

Bij een afzonderlijke kaakverbreding of kaakverhoging is vaak een genezingsperiode van enkele maanden nodig. De implantoloog controleert vervolgens of voldoende stabiel bot aanwezig is voordat de implantaatbehandeling wordt voortgezet.

Wat is een sinuslift?

Een sinuslift is een vorm van botopbouw in het achterste gedeelte van de bovenkaak. De behandeling kan nodig zijn wanneer er onder de kaakbijholte onvoldoende bothoogte aanwezig is om een implantaat op de gewenste positie te plaatsen.

Bij een sinuslift wordt de bodem van de kaakbijholte voorzichtig omhoog gebracht. In de ontstane ruimte wordt lichaamseigen bot en/of een botvervangend materiaal aangebracht. Hierdoor kan nieuw bot ontstaan op de plaats waar later of tijdens dezelfde behandeling een implantaat wordt geplaatst.

Sinuslift in het kort

De kaakbijholte, ook wel sinus maxillaris genoemd, bevindt zich boven de kleine en grote kiezen van de bovenkaak. Wanneer hier onvoldoende bot aanwezig is voor een implantaat, kan met een sinuslift extra bothoogte worden gecreëerd.

Afhankelijk van de hoeveelheid aanwezig bot kan de sinuslift via het boorgat van het implantaat of via een opening aan de zijkant van de bovenkaak worden uitgevoerd.

Wanneer is een sinuslift nodig?

Een sinuslift kan nodig zijn wanneer een implantaat in het achterste gedeelte van de bovenkaak moet worden geplaatst en er onvoldoende bot aanwezig is tussen de kaakwal en de kaakbijholte.

Na het verlies van een kies kan het kaakbot geleidelijk slinken. Daarnaast kan de kaakbijholte relatief ver naar beneden doorlopen. Hierdoor blijft soms onvoldoende bothoogte over om een implantaat volledig door kaakbot te laten omgeven.

Hoe wordt bepaald of een sinuslift nodig is?

De implantoloog beoordeelt met klinisch onderzoek en röntgenonderzoek hoeveel kaakbot aanwezig is. Wanneer een driedimensionaal beeld nodig is, kan een CBCT-scan worden gemaakt om onder andere de bothoogte, botbreedte en vorm van de kaakbijholte te beoordelen.

Op basis daarvan wordt bepaald of een implantaat zonder botopbouw kan worden geplaatst en, wanneer een sinuslift nodig is, welke techniek het meest geschikt is.

Is bij ieder implantaat in de bovenkaak een sinuslift nodig?

Nee. Een sinuslift is alleen nodig wanneer ter hoogte van de kaakbijholte onvoldoende bot beschikbaar is voor de geplande implantaatplaatsing. Wanneer voldoende kaakbot aanwezig is, kan het implantaat zonder sinuslift worden geplaatst.

Ook bij een beperkt tekort zijn er verschillende behandelmogelijkheden. Welke aanpak geschikt is, hangt af van de hoeveelheid aanwezig bot, de gewenste positie van het implantaat en de individuele situatie.

Hoe wordt een sinuslift uitgevoerd?

Er bestaan verschillende technieken om de bodem van de kaakbijholte op te hogen. Welke methode wordt gebruikt, hangt vooral af van de hoeveelheid bot die nog aanwezig is en hoeveel extra bothoogte nodig is.

Indirecte of crestale sinuslift

Bij een indirecte sinuslift wordt de bodem van de kaakbijholte bereikt via de plaats waar het implantaat wordt ingebracht. De bodem en het slijmvlies van de kaakbijholte worden voorzichtig omhoog gebracht, waarna botvervangend materiaal en/of lichaamseigen bot kan worden aangebracht.

Deze methode kan worden gebruikt wanneer slechts een beperkte verhoging nodig is en het aanwezige kaakbot voldoende houvast biedt om het implantaat tijdens dezelfde behandeling stabiel te plaatsen.

Directe of laterale sinuslift

Wanneer meer bot moet worden opgebouwd, kan een directe of laterale sinuslift worden uitgevoerd. Hierbij wordt via de zijkant van de bovenkaak een opening gemaakt naar de kaakbijholte.

Het slijmvlies dat de binnenzijde van de kaakbijholte bekleedt, wordt voorzichtig van de bodem losgemaakt en omhoog gebracht. De ontstane ruimte wordt vervolgens gevuld met lichaamseigen bot en/of een botvervangend materiaal.

Sinuslift voor botopbouw in de bovenkaak

Kan het implantaat tegelijk met de sinuslift worden geplaatst?

In sommige situaties kunnen de sinuslift en de implantaatplaatsing tijdens dezelfde behandeling worden uitgevoerd. Hiervoor moet voldoende bestaand kaakbot aanwezig zijn om het implantaat direct stabiel te kunnen plaatsen.

Wanneer er te weinig bot aanwezig is om voldoende stabiliteit te verkrijgen, wordt de sinuslift eerst uitgevoerd. Na de genezingsperiode wordt beoordeeld of voldoende nieuw bot aanwezig is om het implantaat te plaatsen.

Hoe lang duurt de genezing na botopbouw of een sinuslift?

De genezingsduur verschilt per behandeling en per patiënt. Een beperkte botopbouw die tegelijkertijd met het implantaat wordt uitgevoerd, kent een ander behandeltraject dan een uitgebreide botopbouw of sinuslift die eerst afzonderlijk moet genezen.

Wanneer een sinuslift voorafgaand aan de implantaatplaatsing wordt uitgevoerd, zijn meestal meerdere maanden nodig voordat voldoende nieuw bot is gevormd. De implantoloog beoordeelt tijdens de vervolgcontroles wanneer de volgende stap van de behandeling kan plaatsvinden.

De totale behandelduur verschilt per situatie

De benodigde genezingstijd hangt onder andere af van de omvang van de botopbouw, het gebruikte materiaal, de hoeveelheid eigen kaakbot en de vraag of het implantaat tegelijkertijd kan worden geplaatst.

Daarom ontvangt u vooraf een persoonlijk behandelplan waarin wordt uitgelegd uit welke stappen de behandeling bestaat en hoeveel tijd naar verwachting tussen deze stappen nodig is.

Wanneer kan het implantaat worden geplaatst?

Wanneer de sinuslift als afzonderlijke behandeling wordt uitgevoerd, wordt na de genezingsperiode beoordeeld of voldoende nieuw en stabiel bot aanwezig is. Pas daarna kan het implantaat worden geplaatst.

Wanneer de sinuslift en implantaatplaatsing tegelijkertijd kunnen worden uitgevoerd, genezen het implantaat en het opgebouwde bot gedurende dezelfde periode. Lees ook meer over de duur van een implantaatbehandeling.

Is botopbouw of een sinuslift pijnlijk?

Een botopbouw of sinuslift wordt onder verdoving uitgevoerd. Tijdens de behandeling hoort u daarom geen pijn te voelen. Na het uitwerken van de verdoving kan het operatiegebied wel gevoelig of pijnlijk zijn.

Ook zwelling van de wang, een bloeduitstorting en enige beperking bij het openen van de mond kunnen na een chirurgische behandeling voorkomen. Hoeveel klachten iemand ervaart, verschilt per persoon en hangt mede af van de omvang van de behandeling.

Herstel na de behandeling

Na de behandeling ontvangt u instructies over de verzorging van de wond en wat u de eerste dagen wel en niet mag doen. Volg deze adviezen zorgvuldig op en gebruik voorgeschreven medicatie volgens de instructies van de behandelaar.

Neem contact op met de kliniek wanneer klachten onverwacht toenemen, niet afnemen of wanneer u zich zorgen maakt over het herstel.

Risico's en mogelijke complicaties

Zoals bij iedere chirurgische behandeling kunnen ook bij botopbouw en een sinuslift complicaties optreden. De implantoloog bespreekt vooraf welke risico's in uw situatie relevant zijn.

Mogelijke klachten en complicaties zijn onder andere:

  • een nabloeding of bloeduitstorting;
  • zwelling en napijn na de ingreep;
  • een infectie van het operatiegebied;
  • onvoldoende vorming of behoud van het opgebouwde bot;
  • beschadiging of perforatie van het slijmvlies van de kaakbijholte tijdens een sinuslift;
  • ontsteking of klachten van de kaakbijholte.

Wat gebeurt er als het slijmvlies van de kaakbijholte beschadigt?

Tijdens een sinuslift wordt het dunne slijmvlies van de kaakbijholte voorzichtig omhoog gebracht. Dit slijmvlies kan tijdens de behandeling beschadigen of inscheuren.

Wat dit voor de behandeling betekent, hangt af van de grootte en plaats van de beschadiging. Soms kan de behandeling worden voortgezet nadat het slijmvlies is afgedekt of hersteld. In andere situaties kan de implantoloog besluiten de botopbouw of implantaatplaatsing uit te stellen.

Wanneer moet u contact opnemen?

Na een chirurgische behandeling zijn enige pijn en zwelling normaal. Neem contact op met de kliniek wanneer de klachten duidelijk toenemen, wanneer een bloeding niet stopt, bij tekenen van een ontsteking of wanneer u klachten van de neus of kaakbijholte krijgt die u niet vertrouwt.

U ontvangt na de behandeling specifieke instructies en contactgegevens voor vragen of problemen tijdens de genezing.

Veelgestelde vragen over botopbouw en sinuslift

Wat is botopbouw voor een implantaat?

Bij botopbouw wordt de kaak plaatselijk verbreed of verhoogd wanneer er onvoldoende kaakbot aanwezig is om een implantaat goed te kunnen plaatsen. Hiervoor kan lichaamseigen bot, een botvervangend materiaal of een combinatie daarvan worden gebruikt.

Afhankelijk van de hoeveelheid ontbrekend bot kan de botopbouw tegelijkertijd met het implantaat of tijdens een afzonderlijke behandeling worden uitgevoerd.

Laat beoordelen of botopbouw nodig is

Of u voldoende kaakbot heeft voor een implantaat en of een botopbouw of sinuslift nodig is, kan pas worden vastgesteld na onderzoek van uw gebit en kaak.

Bij EKVI Grave wordt vooraf beoordeeld hoeveel bot aanwezig is, welke behandeling mogelijk is en of de botopbouw tegelijkertijd met de implantaatplaatsing kan worden uitgevoerd. U ontvangt vervolgens uitleg over de behandelstappen, de verwachte genezingsduur en de kosten.

Wilt u weten welke behandeling bij u mogelijk is?

Maak een afspraak voor persoonlijk onderzoek en advies bij EKVI Grave.

Maak een afspraak

Over de auteurs

Dit artikel is geschreven door dr. Tong Xi en dr. Jeroen Liebregts. Zij zijn MKA-chirurgen met ruime chirurgische ervaring en NVOI-erkende implantologen. Beiden zijn actief betrokken bij wetenschappelijke ontwikkelingen binnen de implantologie en verzorgen jaarlijks in het binnen- en buitenland meerdere lezingen en cursussen.

Implantologie met aandacht voor uw wensen

  • radio_button_unchecked

    Weefselsparend

    Wij streven ernaar om met zo min mogelijk ingrepen een voorspelbaar resultaat te behalen. Dit betekent minder ongemak en een sneller herstel.

  • radio_button_unchecked

    Wetenschappelijk bewezen

    Onze behandelingen zijn gebaseerd op actuele wetenschappelijke inzichten en klinische ervaring. We combineren innovatie met bewezen technieken om een voorspelbaar resultaat te behalen.

  • radio_button_unchecked

    Persoonlijke benadering

    Iedere behandeling start met een intake-consult waarin we samen een behandelplan opstellen dat past bij uw wensen, verwachtingen en budget.

  • radio_button_unchecked

    Korte wachttijd

    Wij streven ernaar om u binnen twee weken op te roepen voor een intake-consult en de behandeling binnen vier weken uit te voeren.

  • radio_button_unchecked

    Duurzame oplossing

    Wij houden rekening met het benodigde onderhoud en lange termijn stabiliteit zodat uw implantaat ook in de toekomst goed blijft functioneren.

  • radio_button_unchecked

    KISS

    Wij werken volgens het KISS-principe: Keep It Simple Stupid. Hoe minder uitgebreid, hoe minder invasief, hoe voorspelbaarder.

  • radio_button_unchecked

    Nauwe samenwerking

    Heldere communicatie en afstemming met uw tandarts en het tandtechnisch laboratorium zorgt voor een optimale behandelplanning en eindresultaat.

  • radio_button_unchecked

    Vakkundige zorg

    Onze NVOI-gecertificeerde implantologen behandelen mensen met relatief eenvoudige tot buitengewoon complexe hulpvragen.

keyboard_arrow_left keyboard_arrow_right

Veelgestelde vragen

Hoe lang gaan implantaten mee?

Een implantaat is een duurzame oplossing ter vervanging van tanden of kiezen. Een implantaat kan tientallen jaren meegaan. Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat 95% tot 98% van de geplaatste implantaten na 10 jaar nog in de kaken functioneren. De belangrijkste factor die de levensduur van een implantaat bepalen is de mondhygiëne, oftewel de gezondheid van het tandvlees rondom een implantaat. Een implantaat heeft net zoals uw natuurlijke gebit goed onderhoud nodig. Uw gewoontes zoals roken, tandenknarsen en klemmen spelen ook een rol in de levensduur van implantaten.

Bekijk meer vragen

Vakkundig team voor implantologische zorg

In onze kliniek werken NVOI-gecertificeerde implantologen samen met een vakkundig team om implantologische zorg van een hoge kwaliteit te leveren, gericht op de individuele wensen van de patiënt.

Wij werken met moderne en wetenschappelijk bewezen behandeltechnieken en materialen zodat we voorspelbare resultaten kunnen bereiken.

Over onze kliniek

Recente publicaties

  • 09 september 2026

    Klikgebit bovenkaak: kosten, vergoeding en behandeling

  • 07 september 2026

    Ontbrekende volwassen tanden: wat zijn de mogelijkheden?

  • 18 augustus 2026

    Kroon of implantaat: wat is het verschil?

  • 13 augustus 2026

    Botopbouw en sinuslift

  • 04 augustus 2026

    Hoe kiest u de juiste implantoloog?

  • 29 juli 2026

    Brug of implantaat: wat zijn de verschillen?

keyboard_arrow_left keyboard_arrow_right

Bekijk alle publicaties

Afspraak maken